Het I.H.F. kan worden gezien als representant van een moderne emancipatiebeweging in de
aanvullende zorgverlening. Deze emancipatie is het proces waarin een tot dan toe achtergestelde
bevolkingsgroep gelijke rechten en maatschappelijk respect opeist. Hoewel het woord ‘emancipatie’ in
het dagelijks spraakgebruik vooral aan de vrouwenbeweging wordt verbonden, zijn de opkomst van de
liberale burgerij (in verzet tegen de feodale landadel) en daarna van de arbeiders (ook weer in verzet
tegen de burgerij) typische schoolvoorbeelden van een emancipatieproces.
Deze grote emancipatieprocessen zijn op de nog lopende vrouwenemancipatie na grotendeels
verwezenlijkt. Zowel de burgers als de arbeiders en hun organisaties hebben een vaste plaats in onze
maatschappij verworven
Vanaf de jaren zestig zien we een nieuwe stroom van kleinere groepen die elk in hun eigen
hoedanigheid een specifieke plaats opeisen: jongeren, homoseksuelen, gehandicapten, bejaarden,
patiënten, enz…. Er vindt een enorme opleving plaats van de oudere vrouwenbeweging. Daarnaast
ontstaan er groepen die zich inzetten voor thema’s die hun directe eigenbelang overstijgen: de milieuen
de vredesbeweging. In dit klimaat ontstond ruimte voor een bundeling groepen beoefenaars op het
terrein van de niet-universitaire geneeskunde: de aanvullende zorgverlening.
Eeuwenlang is er slechts één, soms beter, soms slechter beoefende geneeskunde geweest. Volgens de bewaarde oudheidkundige bronnen is onze westerse geneeskunde ontstaan vooral uit de Griekse en later uit de Romeinse met Arabische invloeden. Los ervan ontwikkelde zich een geneeskunde in Indië, Tibet en China. Dit alles zijn voorbeelden van een zeer uitgebreide natuurgeneeswijze met veel onderlinge overeenkomsten. Gezien de vroegere contacten en de overeenkomsten in centrale begrippen als ‘de (vier of vijf) elementen' hebben Westerse en Oosterse geneeskunde in den beginne met elkaar in verbinding gestaan. In al deze gevallen ging het om een geneeskunde waarin het bevorderen van de krachten tot een natuurlijk herstel centraal stond.
In de voorbije eeuwen lijkt de Europese geneeskunde een enorme achterstand te hebben opgelopen. Traditie en overlevering kwamen in de plaats van eigen waarneming en analyse; geldzucht en spektakel gaven het geneeskundig beroep tevens een slechte naam. Hiertegen ontstond in de 19e eeuw een strekking om de geneeskunde onder te brengen in een universiteit en enkel nog universitair geschoolde artsen de bevoegdheid te geven Dan ontstond de zogenaamde niet-universitaire genezer die tot dan nog dokter of heelmeester werd genoemd.
Door de openheid van nieuwe ontwikkelingen, de internationale uitwisseling en opeenstapeling van
kennis, de toenemende technische mogelijkheden, de financiële sponsoring van de farmaceutische
industrie onderging de universitaire geneeskunde een enorme bloei. De niet-universitaire geneeskunde
was niet alleen illegaal geworden maar raakte ook volledig uit het blikveld. De geneeskunde was voor
het grote publiek universitaire geneeskunde geworden.
Toch was deze groei niet zonder begrenzingen:
1. De gegevens die aan de universiteit werden bestudeerd moesten in overeenstemming zijn met de
opvattingen van een materialistisch wereldbeeld zoals dat ook door de andere wetenschappen
(biologie en chemie) werd gehanteerd.
2. De toenemende opwaardering van de wetenschappelijke opvattingen (d.i. wat de arts in zijn vakblad
kon lezen verschilde van wat hij aan het ziektebed kon zien).
3. Was er de indirecte maar aanzienlijke invloed van de farmaceutische en medische industrie op het
studeren.
Er is zelfs sprake geweest van monopolisering van kennis, waardoor de beroepsgroep des te beter de
eigen macht, status en inkomen kan handhaven. Vanaf de jaren zestig werden de begrenzingen van de
medische wetenschap in steeds bredere kring duidelijk.
Beoefenaars van niet-universitaire geneeswijzen durfden weer te laten weten dat ze er –nog steedswaren.
Van de verenigingen van niet-arts therapeuten die momenteel een rol spelen, dateert er geen
enkele van voor de 2e wereldoorlog. Het idee dat ze samen een gemeenschappelijk belang
vertegenwoordigen en aldus recht hebben op een erkende plaats in de gezondheidszorg kon pas veel
later ontstaan.
Heel belangrijk was hierin dat:
- de oosterse geneeskunde werd herontdekt: Toegenomen internationale communicatie bracht deze ervaringstraditie weer naar het Westen.
- de opkomst van het holistische en hernieuwde vormen van innerlijke spiritualiteit bloeien open.
- een aantal aspecten van natuurlijke behandelwijzen vanuit wetenschappelijke grond te verklaren was.
De recente emancipatie van natuurlijke behandelwijzen is een verschijnsel dat slechts in deze moderne
tijd mogelijk is. De unieke welvaart en vrije tijd die het grote groepen mensen mogelijk maakt tijd te
besteden aan hun ontwikkeling; De steeds verfijnder techniek die het mogelijk maakt subtiele effecten
op bvb. Het immuunsysteem of zenuwstelsel wetenschappelijk zichtbaar te maken, en nog vele andere
eigentijdse redenen hebben het mogelijk gemaakt dat een organisatie als IHF kon ontstaan en open
bloeien.
De ontstaan van IHF vzw
Begin 1987 werd voor het eerst in Zomergem een samenwerkingsverband opgezet tussen Heidi
Demaegd, Guido Legrand, Gerald Lambrecht, Noël Bauters, Marc Van den Herrewege, Harry Van
Nunen, Lucien Heyde, Joris Van Overbeke en Marcel Vivile om de toenmalige therapeuten en
paranormaal begaafden te verenigen en hun rechten te verdedigen om een wettige erkenning te
verkrijgen.
Als 1e nationaal evenement werd gepland op 8/3/87 in de zaal Van Eyck te Gent. Ze richten een eerste vereniging op met de benaming “Nationale Federatie voor bewustzijnsverruiming vzw” en op 1/3/87 werd het toenmalige ‘bestuur’ uitgebreid met Ann De Roover, Arlette Heugens en Willy De Boodt. Tijdens deze vergadering van de raad van beheer werd met eenparigheid van stemmen beslist om een naamwijziging uit te voeren. Voortaan zou de vzw Internationale Holistische Federatie de bovenvermelde doelstellingen uitvoeren. Tevens werd de ontmoetingsdag van 8/3/87 op punt gesteld en de taken verdeeld. Om uit de kosten te komen moesten alle bestuursleden 1.000 BEF betalen om alles financieel rond te krijgen.
Aan alle toen gekende therapeuten en alternatieve verenigingen werd volgend schrijven gericht:
Toen een aantal jaren geleden enkele paranormaal begaafden de eerste woorden overintuïtieve wetenschappen lieten vallen, hadden nog maar weinigen nagedacht over de
snelle en spectaculaire groei die de zogenaamde “alternatieve” sector kenmerken.
De nuchtere en exacte wetenschappers, ook in onze kringen, dachten dat iets dergelijks
niet voor vandaag was, en noch intellectueel noch financieel haalbaar zou zijn. De
aandacht en het vertrouwen dat we steeds sterker ervaren van onze mensen getuigen
van een onomkeerbare bewustwording van onze samenleving. De positieve resultaten
van de zachte geneeswijzen getuigen voor zichzelf.
Daarbij komt nog dat de “alternatieve” geneeskunde thans het voorwerp uitmaakt van een studie op Europees vlak, op initiatief van de Wereldgezondheidsorganisatie. België maakt deel uit van de landen die uitgekozen werden om een studie over dit verschijnsel te maken.
Vandaar zien we de noodzaak ons beter te structureren en betrachten we de eenheid en
samenhorigheid in onze diversiteit te realiseren.
We erkennen dat we een grote achterstand hebben op dit vlak tegenover onze
buurlanden, maar anderzijds stellen vast dat in België reeds meer dan 50 verenigingen
zich actief inzetten in deze dienstverlenende sector; o.a. door het geven van
voordrachten, seminaries, weekends, congressen, enz… en door het uitgeven van
tijdschriften, boeken en informatie over esoterische, occulte en intuïtieve
wetenschappen, natuur- en volksgeneeskunde …….
We weten dat de broederschap tussen de mensen de soevereiniteit van de naties
overschrijdt. We geloven dat de grootste rijkdom van onze wereld te vinden is in de
menselijke persoon en dat het dienen van de mensheid de enige weg is tot zelfrealisatie.
Daarom wensen we als officieel orgaan erkend te worden. Dit streven heeft echter niet de
bedoeling om te concurreren met bestaande groepen en verenigingen.
We zien de federatie meer als een coördinerend officieel orgaan, als spreekbuis bij de
overheid, de ziekenfondsen, de gezondheidsraad, de medische wereld, de rechtbanken,
politie, pers en media enz…
- door te streven naar erkenning van de verschillende beroepen, en uiteindelijk het kaf van het koren te scheiden en om samen tot een nieuwe deontologie in de intuïtieve
wetenschappen te komen.
- Om bepaalde projecten van onze ledenorganisaties te steunen of te helpen
verwezenlijken zoals de oprichting van kuuroorden, volkshogescholen en
jeugdprogramma’s enz…
- Het bevorderen van het wetenschappelijk onderzoek in onze sector.
- Het organiseren van degelijke opleidingen van mensbegeleiders, therapeuten,
jeugdbegeleiders.
- Samenwerking en uitwisseling van ervaringen met zusterorganisaties in europees en
internationaal verband.
Indien ook U van mening bent dat de tijd is aangebroken om aan een dergelijk initiatief mee te werken zou uw aanwezigheid één positieve bijdrage en een aanmoediging zijn om
onze doelstellingen te verwezenlijken. (getekend: Guido Legrand)
Deze ontmoetingsdag liep onder de hoofding “Kosmische ontmoeting van de esoterische en
alternatieve zienswijzen" met volgende sprekers:
Gerald Lambrecht over “De 4 axioma’s die de alternatieve sector karakteriseren”
Guido Legrand over “De filosofie van de Federatie: Deontologie en samenwerking tussen de
ledenorganisaties en individuele therapeuten”
Marc Vanden Herrewegen over “De activiteiten van de Federatie, specifieke noden en beroepsproblematiek
van de therapeuten”
Heidi Demaeght over “Wensen, evolutie bepaling, opdracht van de werkgroep, inspelen op de
specifieke noden van de betrokken disciplines vertegenwoordigd in de werkgroepen”
Nadien werden de deelnemers opgesplitst in 4 groepen waarin de bovenvermelde onderwerpen werden
besproken en uitgewerkt.
Deze ontmoetingsdag was een succes met een 120 deelnemers en had een grote uitstraling in de pers
en ademde een sfeer van solidariteit.
Een eerste initiatief werd door het toenmalige bestuur genomen:
- Brief aan Wivina De Meester, Staatssecretaris met verslag van de ontmoetingsdag
- Contact opnemen met buitenlandse zusterverenigingen NOVAG e.a.
- Oprichting van een verenigingenraad
Ondertussen werd druk gewerkt aan het opstellen van de statuten. Het bestuur werd uitgebreid met Theo Plugers; Nicole Clerens werd als juriste uitgenodigd.
Een 1e strooifolder werd opgesteld en massaal verspreid.
Op 7 mei 1987 werden de definitieve statuten ondertekend en voor publicatie doorgestuurd aan het Belgisch Staatsblad waarin ze verschenen op 21/08/87 onder het identificatienummer:13084/87 met als
definitieve raad van beheer: Bauters Noël, De Boodt Willy, De Maeght Heidi, De Roover Anne, Heyde
Lucien, Heugens Arlette, Lambrecht Gerald, Legrand Guido, Plugers Theo, Van Den Herrewegen Marc,
Van Nunen Harry en Vivile Marcel.
De noodzaak om voor onze therapeuten een verzekeringspolis B.A. te vinden is noodzakelijk. Stappen
worden ondernomen door de juridische commissie. Tevens zal contact gezocht worden met NOVAGNederland,
onze zustervereniging.
Op 28/11/87 wordt een ontmoetingsdag voor de verenigingen gepland om een verenigingsraad op te
richten. Contact wordt gezocht om regelmatig deel te nemen aan ‘alternatieve’ beurzen.
Op verzoek van de voorzitter werd een toelatingscommissie opgericht tijdens de vergadering van
29/09/87; De erkende leden zouden een jaarlijkse licentie bekomen (cfr. Novag)
Nieuwe bestuursleden zijn: Mireille De Vos, Jan Smits en Patrick Talloen.
Een persconferentie wordt voorbereid tegen 30/11/87 in Gent; Persmap wordt samengesteld.
Een opleidingscommissie dient dringend opgericht te worden.
Op 5/11/87 werd een bezoek gebracht aan Willy Claes, Minister van volksgezondheid, naar aanleiding
van het verschijnen van een circulaire van het Ministerie van Volksgezondheid in verband met de wet
van 25/3/64 en ’83 waardoor de kruiden, voedingssupplementen en aanverwanten tot “medicamenten”
zouden gepromoveerd worden. Zijn voorstel is: Een wetsvoorstel uit te werken ter erkenning van de
therapeuten en dit minstens laten ondertekenen door 6 à 8 parlementsleden uit de verschillende
partijen. Uitwerking ervan zou lange tijd duren. Hij zegt duidelijk dat verdere onderkenning van
alternatieve geneeswijzen geen zin meer heeft.
Na de verkiezingen zouden de gesprekken opnieuw opgenomen worden.
Voor 1988 werd het accent gelegd op het uitbouwen van de verenigingsraad en de deelcommissies
(aanwervings-, opleidings-, tucht-, juridische- en wetenschappelijke commissie).
De algemene ledenvergaderingen werd ieder jaar ergens in een andere Vlaamse stad gehouden zodat iedereen ruim kon kennis maken met de werking van het I.H.F. De samenwerking met de zustervereniging in Nederland nl. NOVAG was optimaal dank zij de contacten via Jan Smits.
Het logo van Novag mag ook officieel gebruikt worden door IHF.
Verder werden nauwe kontakten onderhouden met nationale en internationale verenigingen als: F.S.H., Le Naturel, I.S.E.E., IRENATH, GNOMA, SVNH, IFoH, CIAMAN, FENAMAN, SVNH, e.a……
In de periode ‘89-94 kwamen volgende bestuursleden een impuls geven aan IHF: Mireille Bruneel, R.
Claes, Dirk Ghekiere, Charles Beijns, Christiane Petit, Deanna Rossaert, Agnes Van Hulle, Hartwig
Broeckaert, Guy Verhaest, Claire Decroix, Adrienne Marckx, Marleen Vandecasteele, Irene Delande,
Martin Verkest, Marie-Jeanne Geers en Freddy Temmerman. Zoals in iedere actieve vereniging is het
ook bij IHF zo dat velen komen maar weinigen echt geroepen zijn. Alles resulteert zich in het huidige
bestuur dat sinds ’96 de touwtjes in handen heeft: Voorzitter:Freddy Temmerman, Ondervoorzitter: G.
Verhaest, Secretaris: Marie-Jeanne Geers, Financieel beheer: W. De Boodt, Bestuurslid: Cl. Decroix en
N. Bauters.
Een eerste polis B.A. werd uitgewerkt voor therapeutleden. In 1991 werd deze polis vervangen door de
polis die momenteel nog altijd geldt.
Een eerste ontwerp van een patiënten/ledenblad/nieuwsbrief en een IHF-sticker werden voorgesteld.
Op 31/8/89 verscheen van de hand van G.Legrand de 1e nieuwsbrief Band. Na driemaal verschijnen
stopt dit initiatief na het ontslag van Legrand G. L. Demeyer laat als verantwoordelijke uitgever een
nieuw tijdschrift “Open Visie” geboren worden; Tijdens het 1e werkjaar telde men 460 abonnementen.
Na het ontslag van L. Demeyer is ook Open Visie eind ‘91 gestopt. Als kanaal voor het verder
doorgeven van informatie aan de leden werd dan geopteerd voor een inlassing in het tijdschrift
Magnolia Federation.
27/05/1989: 1e therapeutenfeest in Vichte. Een initiatief dat voorgesteld wordt jaarlijks in te richten.
Enkele feesten gingen door in Vichte, Zottegem en Aalst (laatste therapeutendag in 1997)
In de loop van de jaren werden de volgende opleidingen erkend: Magnolia Federation, Isis, Elgario, A.
Heugens, M. Bruneel, Tuina
Terugkijkend op de eerste tien jaren van IHF vzw valt het op dat de plannen vaak mooier waren
naarmate de tijd verder terug ligt. Dat de uitvoering ervan afhankelijk was van geld, deskundigheid en
onderlinge overeenstemming, lijkt niet iedereen in het begin even scherp te hebben gezien.
Nu we er met wat meer afstand tegenaan kijken is duidelijk dat ook IHF zelf een groeiproces heeft
doorgemaakt, waaronder financiële blunders (waarschijnlijk voortkomend uit zelfoverschatting) met
langdurige gevolgen, hebben mensen en organisaties ruzie met elkaar gekregen en hun vertrouwen
verloren. Breuken die nog niet allemaal geheeld zijn.
Enkele verenigingen stapten uit IHF, er ontstonden nieuwe die geen lid werden…………
Toch boekte IHF vooruitgang die er mag wezen:
- IHF zorgde voor een degelijke B.A.-verzekering voor zijn therapeutleden.
- IHF heeft zijn verenigingsraad voor nauwe samenwerking met de basis.
- IHF heeft een degelijke aanwervingscommissie die borg kan staan voor goede therapeuten.
- IHF heeft een opleidingscommissie die toeziet op de kwaliteit van opleiding van onze jonge
therapeuten.
- IHF heeft een tuchtraad die klachten optimaal behandelt ter bescherming van de patiënten
- IHF heeft een documentatiecentrum dat therapeuten helpt zoeken wat ze alleen moeilijk zelf
kunnen vinden.
- IHF is gesprekspartner in het opstellen en uitwerken van wetteksten bij de overheid
- IHF is aanspreekpunt voor overheid, ziekenkassen en vele anderen.
- IHF is een kwaliteitskenmerk voor haar leden tegenover de patiënten.
- IHF is een informatiebank waar gewone mensen, media, scholen en verenigingen terecht kunnen voor informatie over therapieën in alternatieve geneeswijzen.
- IHF is organisator van regelmatige congressen, studiedagen en infosessies.
- IHF geeft via haar nieuwsbrief de nodige en nuttige info door aan haar leden.
Al deze zaken zouden niet mogelijk zijn zonder het bestaan van een eigen infrastructuur, een zeer bescheiden kantoorinrichting waarvan de kosten in vergelijking met andere overkoepelende systemen minimaal zijn. Zowel het bestuurswerk als het uitvoerend werk wordt op vrijwillige basis door het bestuur uitgevoerd. We hebben geen betaalde medewerkers.
Dank zij al deze activiteiten en het vele onzichtbare bestuurswerk op de achtergrond is onder alle
alternatieve ‘clubs en clubjes’ met elk hun eigen opvattingen een gemeenschappelijk beeld gegroeid
van wat professionalisering inhoudt, en de bereidheid daaraan mee te werken.
IHF vzw zelf is inmiddels een organisatie geworden die nuchterder is, zakelijker met de beperkte
middelen omgaat, minder door een visionaire elite wordt geleid en meer democratisch is
georganiseerd, die niet meer geplaagd wordt door onderlinge twisten, die een duidelijk beeld
heeft van waar men heen gaat en dit graag samen met anderen wil.
W. De Boodt
--- beeld en inhoud © vzw IHF ---
design: DroomWever